Daging Pedis is pittig rundvlees op Indonesische wijze.

 

Dit geurige gerecht vult je hele huis. Niet in de laatste plaats omdat het de hele dag op staat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor dit gerecht heb je het volgende nodig:

500 gram rundvlees (bij voorkeur riblappen)

2 tomaten

2 middelgrote uien

Stukje verse gember

Knoflook (lekker veel)

Een zoete rode puntpaprika

5 of 6 rawitjes

250 ml kokosmelk

1 eetlepel gemalen koriander

1 theelepel gemalen komijn

1 theelepel cayennepeper

1 ½ theelepel laospoeder

1 eetlepel kerriepoeder

1 1/2 eetlepel tomatenpuree

1 theelepel selderijzout

1 ½ eetlepel bloem

50 gram geraspte kokos

1 ½ ketjap manis

Zonnebloem en sesamolie om in te bakken

 

Het lijkt een hele lijst, maar het kost vooral tijd en geduld.

 

Snijdt het vlees in mooie blokken van ongeveer 2 centimeter groot.

 

Bestuif het met de bloem, koriander, komijn, kerriepoeder, laospoeder en selderijzout. Laat het heel even staan en snijdt ondertussen de uien en zoete rode puntpaprika in blokjes (niet te fijn), hak de gember en knoflook (wel weer fijn) en snijdt de tomaten en rawit in kleine stukjes.

 

Neem een pan met een stevige bodem en verhit deze. Doe een laagje zonnebloemolie in de pan en voeg een klein beetje sesamolie toe.

 

Bak het vlees, in kleine hoeveelheden, goed aan. Ik ben er een voorstander van, dat er een lekker korstje op komt. Dat maakt echt het verschil aan het eind. Haal het aangebraden vlees uit de pan en hou dit apart. Gooi de resterende bloem en kruiden niet weg!!!

 

Als al het vlees is aangebraden, dan kunnen de uien in de pan, Laten we afspreken, dat de uien gewoon in de pan gaan, waar de aanbaksels van het vlees nog aanwezig zijn. Dit geeft zoveel meer smaak.

 

Voeg wat zout bij de uien, zet het vuur lager en doe de deksel op de pan. De uien mogen lekker fruiten, tot ze zacht en glazig zijn. Dit duurt ongeveer 10 minuten.

Dan mogen de gember, knoflook en rawit bij de uien gevoegd worden.

 

Na een paar minuten bakken, mag de zoete rode puntpeper er bij. Deze is snel gaar, dus hoeft er niet zo lang in. Weer een paar minuten later, mogen de tomaatjes er bij.

De tomaten geven hun vocht af en al snel vormt zich iets van een saus.

De overgebleven bloem en kruiden (je weet wel, van de schaal waarin je het vlees hebt gekruid) mogen nu bij het mengsel. Laat dit wel een paar minuten goed mee pruttelen, zodat de bloem kan garen.

 

Hierdoor zal de saus zich redelijk snel gaan binden. Voeg een glas water en de kokosmelk toe en roer alles los (want we willen geen klontjes natuurlijk).

 

Voeg als laatste de Ketjap Manis toe. De saus is klaar en dus moet je een keuze maken…

Doe ik het vlees terug in de saus, of heb ik een Slowcooker en doe ik alles daar in.

Ik heb een Slowcooker en dus deed ik alles in deze handige sudderpan.

 

In een kleine koekenpan heb ik de geraspte kokos even, op middelhoog vuur, droog geroosterd. Dit is wel even een dingetje. Je moet er bij blijven. Je denkt dat er niets gebeurd. Dat je wel even weg kan lopen. Maar dat kan natuurlijk niet. Je moet de kokos in beweging houden.

 

Na een tijdje wordt het een heel klein beetje bruin en je denkt, ik heb nog wel even. Maar dan gaat het snel. De kokos droogt steeds verder uit en verkleurd snel. Als het een mooie goudbruine kleur heeft is het tijd om de pan van het vuur te halen en de kokos uit de pan.

 

Giet het bij je vlees en saus en roer het er goed doorheen.

Laat het mengsel 7 tot 8 uur sudderen.

 

Al snel zal de geur van alle kruiden en de kokos je huis vullen. De kunst is om het geduld op te brengen, te wachten… Wachten tot het echt klaar is.

 

Wij hebben het geserveerd met een beetje witte rijst, atjar, een gekookt ei, wat boontjes en cassave.